Interviews

Henk Reinders1

“Wat ik heel belangrijk vind, is eerst goede gesprekken hebben met de kerkenraadsleden.” zegt Henk, “Gesprekken over: hoe zit je er in, waar word je blij van, waar heb je last van en hoe zie je de toekomst?” Henk gaat hiermee dieper in op de vraag hoe hij in de wijkgemeente Immanuël aan de gang wil gaan.

Henk begint de beantwoording op de vraag, waar hij op dit moment mee bezig is. Henk: “De verhuizing geeft natuurlijk veel werk. Het is niet alleen je spullen oppakken, gaan en acclimatiseren, maar het brengt veel andere dingen met zich mee.” Henk moet veel dingen opruimen en weg doen. Denk daarbij maar eens aan alle kerkelijke paperassen van de huidige gemeente, maar ook veel spullen van de kinderen die nog thuis staan.

henk en ans“Door de jaren heen heb ik gemerkt dat mensen mij op de een of andere manier makkelijk hun vertrouwen schenken.” zegt Henk, “Ik ervaar dat als een cadeau van de Geest zelf.” Henk gaat hiermee dieper in op de laatste vraag van het eerste interview, ‘Hoe typeer je je als predikant.’ Henk neemt graag de tijd om te luisteren en door te vragen als mensen iets van hun levensverhaal delen. Zijn leerbegeleider omschreef hem als toegankelijk, empathisch, respectvol en een mens met humor. “Dat laatste vind ik ook echt belangrijk.” vervolgt Henk, “Temidden van alle ernst mag er ook gelachen worden. Humor kan zware dingen lichter maken.”

Kandelaar“In 1979 werd de kerk verbouwd en toen vroeg men mij of we niet iets konden opzetten met handwerken om geld op te halen,” zegt Ina, “Dat hebben we gedaan en daarmee hebben we veel geld opgehaald voor de verbouwing. Er zijn toen ook rommelmarkten geweest en dat leverde ook veel op.”
Als voorbeeld wat er met het geld is gedaan noemt ze de aankleding van de zalen, de keuken inventaris, de fietsenstalling, stoelen en gordijnen. Begin tachtiger jaren was de opening en was alles klaar.

Deze oproep was eigenlijk de start van de handwerkgroep ‘De Kandelaar’

Henk en Ans Reinders“We hebben elkaar leren kennen in Utrecht.” zegt Ans, “We studeerden daar: Henk theologie en ik Nederlands. Toen we getrouwd zijn gingen we in Houten wonen. Henk studeerde nog en ik ging de kost verdienen. Na wat omzwervingen kwamen we in Leerdam terecht.” Henk: “Ik heb wel lang over mijn studie gedaan en toen we in Houten woonden heb ik catechisatie gegeven aan kinderen van een schippersinternaat in Vreeswijk. In de periode Leerdam wilde ik graag naast mijn studie aan het werk in de praktijk en begon als ‘bijstand’ in het pastoraat in Giessenburg.

Oorspronkelijk komt Henk uit Stadskanaal en Ans uit Gameren. Na de omzwervingen in het midden van het land, in de tijd dat ze hun eerste en tweede kind kregen, werd Henk predikant in Zaamslag in Zeeuws Vlaanderen.

DAT GOD ER IS DIE JE VASTHOUDT   
(Interview met Janneke en Cor Wijkhuizen).

“Nadat de eerste twee kinderen waren geboren, zijn we van de kerk in Langbroek overgekomen naar ‘t Hoge Licht bij dominee Arendshorst,” zegt Janneke, “Daar werd ik al snel benaderd om de kindernevendienst te doen. Een mooie manier om kennis te maken met de gemeente.”

Van oorsprong komt Janneke uit Langbroek. Daar waren ze (hoewel ze in Driebergen woonden) vanaf hun trouwen lid van de kerk gebleven. Cor is een echte Driebergenaar waarmee ik op de lagere school in dezelfde klas heb gezeten. Leuk om op deze manier weer eens met elkaar in contact te komen.
Janneke: “De kinderen zijn gedoopt en later bij Sam Janse op catechisatie geweest. In die tijd voelden wij ons erg thuis in ‘t Hoge Licht. Het had iets weg van de kerkgemeenschap in Langbroek.” Janneke is toen een aantal jaren diaken geweest en leidt vanaf die tijd samen met anderen een gehandicapten catechesegroep. Cor rijdt de mensen altijd even heen en weer.
Toen de drie wijken samengingen zijn ze na wat omzwervingen uiteindelijk in de Immanuëlkerk terecht gekomen. “We hadden Daco al eens eerder gehoord en voelden ons erg op onze plaats bij hem,” zegt Cor.

Dankbaar voor het leven als predikant (Interview met Tineke en Daco Coppoolse).

Daco en Tineke

“Tineke en ik vonden het een geweldig afscheid. Ik ben zeer verrast met het cadeau waarmee de gemeente ons heeft bedacht. Te gek voor woorden,” zegt Daco, “In de stukjes cabaret zagen we onszelf op een humoristische wijze terug. We hebben erg gelachen. Wat heeft de gemeente er zaterdag voor ons een leuk feest van gemaakt!”

Tineke: “Er waren verrassende dingen bij. De kleding die de koffiedames droegen kwam uit de voddenzak van Daco. Via onze dochter - zat blijkbaar in het complot - hadden ze die te pakken gekregen.” Ook de mededeling van de beroepingscommissie dat de nieuwe kandidaat-predikant had afgezegd sloeg in als een bom. “Ik geloofde het echt,“ zegt Tineke, “Ik schrok. Dit kan toch niet waar zijn!” Beiden vonden het heel bijzonder om zo in het middelpunt van de belangstelling te staan.

“Het geloof is je houvast. Als ik dat niet zou hebben dan zou het leven zinloos en leeg zijn. Ik vind het belangrijk om de liefde die Jezus gegeven heeft, door je heen te laten stromen en die dan weer uit te delen,” zegt Jenny van Voornveld als ik vraag wat het geloof met je doet. Henk, haar man antwoordt: “Het geeft rust in deze rumoerige tijd.
 
Als ik bij een begrafenis ben van mensen die niet geloven, dan denk ik weleens wat missen jullie toch veel. Wat zou je een hoop steun kunnen hebben als je gelooft. Ik ben dan blij dat we mogen geloven en dat we dat van onze ouders hebben meegekregen.”

Onlangs werden ze in de kerk voorgesteld als nieuw ingekomenen, Jenny en Henk van Voornveld. Op het moment van het interview wonen ze nog in Odijk, maar dat gaat snel veranderen. Over ruim een week verhuizen ze naar Driebergen.
Jenny is geboren in Overijssel in het plaatsje Bergentheim. “Door mijn huwelijk met Henk kwam ik in het ‘westen’ in Amstelveen terecht. Later in Leerdam hebben we elf jaar een eigen brood en banketbakkerij gehad.” In Leerdam zijn hun vier kinderen geboren. Toen ze door omstandigheden de bakkerij verlieten en de kinderen groot genoeg waren is Jenny gaan werken. Na wat omzwervingen kwam ze in aanraking met het Leger des Heils. Ze werkte daar op de afdeling personeelszaken.

Tineke en Daco

“We beginnen het kerstfeest altijd in de kerk met de gemeente.” zegt Tineke en Daco vult aan: “In huis  hebben we een kerstboom en we vinden het leuk dat we als familie bij elkaar zijn. Tegenwoordig neemt iedereen een gang mee voor het diner. Dan hebben wij er niet zoveel zorg aan en dan is het heel gezellig als je met zo’n twaalf mensen aan tafel zit.” Tineke: “Toen de kinderen heel klein waren gingen we van de ene grootouder naar de andere toe. Dat hoorde toen zo. Tegenwoordig komen de kinderen bij ons.”

Dit jaar is het voor Daco de laatste keer dat hij als wijkpredikant het kerstfeest viert. Jaren geleden zei hij: “Nog vijf en twintig kerstpreken en mijn predikantschap is voorbij. Nu is het die vijf en twintigste keer. Het is wel raar dat het echt de laatste keer is en dat gevoel zal dit jaar nog wel eens voorkomen.” Hij leeft er niet anders naar toe, maar met kerst is het ‘Jong en oud dienst’ en dat is wel bijzonder. Er is muziek, een koor en er doen nog anderen mee. “Zeker ook met de goede hulp vanuit de gemeente die ik daarbij heb. Dat maakt het extra leuk.” zegt Daco, “Dat zijn de dingen die ik straks wel ga missen.”

WabeRoelofsen“We zetten een kerstboompje neer. Nou ja, zeg maar kerstboom,” zegt Wabe, “en we hebben alvast oliebollen voor oud en nieuw.” Zijn moeder vult aan: “Wabe is al heel erg gefocust op Oud en Nieuw want dan is er vuurwerk.” Een echte jonge knul dus. Hij vervolgt: “We doen alle kerstversiering in de boom en zetten verder niet zoveel neer. Op school maak ik wel eens een kerstbakje.” “Op eerste kerstdag hebben we een kerstdiner,” zegt Wabe, “dat doen we met zijn allen.” Er komt veel familie en die nemen allemaal wat mee.

“Maar we gaan eerst naar de kerk.” vervolgt hij. Dat vindt hij leuk want hij gaat met plezier mee. Op school vieren ze ook het kerstfeest. Daar plaatsen ze een kerstboom met grote nep kerstballen. “Dan gaan ze niet zo gauw kapot.” aldus Wabe, “Om het jaar vieren we het schoolkerstfeest in een kerk. Dan zingen we wat en steken kaarsjes aan en zo.” Op de vraag wat kerst eigenlijk betekent, zegt Wabe: “Er is heel lang gewacht op de zaligmaker tot Jezus kwam. Op eerste kerstdag wilden Jozef en Maria een hotelkamer huren, maar dat kon niet omdat ze allemaal vol zaten. Dus gingen ze naar een stal en daar is toen Jezus geboren.”

Bets Jacques Aldewereld“Je leeft er als het ware naar toe.” zegt Bets, “Daar heb je de adventsweken voor nodig.” Vroeger gingen ze de ene dag naar de schoonfamilie en de tweede dag naar de eigen familie. Daarna kregen ze hun eigen gezin en vierden ze kerst thuis. Daarbij gingen ze natuurlijk naar de kerk. Jacques: “Toen de kinderen het huis uit waren, zijn we bewust de feestdagen met zijn tweeën gebleven. We vieren dus na mijn pensioen altijd de kerst samen. Behalve als we in Nieuw Zeeland zijn.

Daar ontkomen we er niet aan om op familiebezoek te gaan. Daar zijn de families veel hechter dan hier.”

JosBakker.jpg“Het kerstverhaal is eigenlijk een heel wonderlijk verhaal.” zegt Jos, “Weet je dat? Als je vandaag de dag hoort dat iemand in verwachting is en het is niet van haar verloofde, van wie is het dan? Iedereen gist er naar wie de vader is. Of als iemand in verwachting is en ze heeft geen relatie dan zeggen we vaak: ‘het is een onbevlekte ontvangenis net als bij Maria’. Heel bijzonder toch?” Hiermee geeft Jos aan hoe bijzonder de geboorte van Jezus is.

Als we even later verder praten, zegt Jos: “Eigenlijk ben ik veel te laat geboren. Als ik er toen was geweest had ik mooi kunnen helpen want ik ben kraamverzorgster geweest. Dan had ik wat kleertjes meegenomen. Nu moest het kindje Jezus in de punt van de onderjurk van Maria gewikkeld worden. Verder hadden ze niks. Denk je eens in hoe dat er daar toe ging. Er was geen dokter bij. Kun je je dat tegenwoordig voorstellen?” Ze legt uit hoe een bevalling in het midden Oosten verloopt en hoe men met de navelstreng om gaat. Allemaal dingen en vragen waar we nooit bij stil staan en waarmee nog duidelijker wordt dat er echt iets speciaals gebeurde in Bethlehem.

Vanavond ben ik op bezoek bij Khurram en zijn vrouw Sheeba. Het echtpaar waar ik al eerder over schreef. Zijn zuster Aneeqa verblijft enkele dagen bij hen. Aneeqa: “Ik ben naar Europa gekomen om de Heilige Vader Paus Franciscus te ontmoeten. Dat was een hele belevenis.”

Met enige trots laat ze me een foto zien van de audiëntie in het Vaticaan waar ze de Paus een beschreven steen overhandigd. In de loop van het gesprek verteld ze dat die steen is beschilderd door kinderen in Pakistan waarvan de ouders levend verbrand zijn in een steenoven.

“Voordat ik begeleider werd,” zegt Joop, “heb ik af en toe de kindercrèche gedaan en sinds april 2016 ben ik ook lector.” Daarnaast heeft Joop ook twee keer geholpen met de organisatie van de gemeente zondag en is hij een keer ‘de hei op gegaan’ met de kerkenraad. Op die bijeenkomsten is Joop volledig in zijn element. Hij vervolgt: “Je helpt dan de gemeente en de kerkenraad na te denken over wie en wat de kerk wil zijn.”

Sinds de zomer van 2015 is Joop eens in de zes weken begeleider van de kindernevendienst. “We doen dit met 5 tot 7 begeleiders,” zegt hij, “staan onder de bezielende leiding van Magda Lijftogt en maken gebruik van de stichting ‘Vertel Het Maar’ die materiaal voor kindernevendiensten ontwikkeld.” Via dit online initiatief krijgen de begeleiders alle materialen, kleurplaten, oefeningen en het inhoudelijke verhaal voor de nevendienst. Joop: “Daardoor valt de voorbereidingstijd wel mee. Gemiddeld ben ik daar ongeveer 45 minuten mee bezig.” De tijd die hij met de kinderen bezig is hangt af van lengte de dienst.

AstridIngwersen.jpgAstrid is in Indonesië geboren en heeft daar in de oorlog als klein kind in een Jappenkamp nare dingen meegemaakt. Dat heeft haar extra gevoelig gemaakt voor een aantal dingen. “Ik merk dat die gevoeligheid behoorlijk groot is,” zegt Astrid. Ze verteld over een voorval en legt uit wat dit met haar gedaan heeft. Ze zegt: “Het valt me op nu ik ouder ben en de wereld situatie zo zwaar is, dat ik last van verdriet heb daarom.“ Toch heeft zij haar draai goed gevonden bij ons in de kerk.

“Zondags rij ik eens in de maand een paar mensen naar de kerk en weer naar huis. Gelukkig is dat met een groot team.” Vertelt Astrid. Ze vind dit erg leuk om te doen en noemt gelijk de namen van de mensen die ze heen en weer brengt. Daarnaast geeft ze aan erg veel met het gebed bezig te zijn. “Gisteravond,” vervolgt ze, “hadden we hier een gebedsavond voor vervolgde Christenen georganiseerd door Gea Bijl ambassadeur van Open Doors. Dan komt eens per maand de groep Women to Women bij haar thuis. Daar bidden we dan voor.” 

TrijnieWillemsZelf heeft Trijnie Willems al een mooie leeftijd bereikt, maar als ze verteld over haar werk als contactdame dan heeft ze het over de ouderen. Naast contactdame helpt ze regelmatig met koffie schenken. “Ik ben begonnen als diaken, ouderling, pastoraalmedewerker en diverse andere dingen. Daardoor heb ik veel contacten gelegd,“ zegt Trijnie, “Weet je ik ben geen type dat de hele dag thuis zit. Ik ben er graag uit.” Als contactdame komt ze bij een vast aantal ouderen wanneer ze jarig zijn of bij ziekte.

Tijdens de gesprekken probeert ze de mensen positief te benaderen. “Bijvoorbeeld als iemand er slecht aan toe is, dan ga ik even bij ze zitten, praat met ze en probeer iets bemoedigends tegen ze te zeggen,” vervolgt ze, “De ene keer gaat dat beter als de andere keer. Het hangt ook vaak af van de mensen zelf.” Trijnie is altijd weer dankbaar als ze een gesprek heeft gehad. Ze zegt: “Als je dan naar huis gaat ben je dankbaar dat je dit kunt doen, dat je zelf nog gezond bent en dat je iets voor iemand kan betekenen.”

Op de vraag wat het Scriba zijn allemaal inhoudt, antwoordt Gerard: “Een heleboel administratieve zaken zoals de post, het voorbereiden en notuleren van vergaderingen en bijeenkomsten, mede-organiseren van een heidag, er op letten dat de agenda goed loopt ook naar de toekomst toe en het ondersteunen van de voorzitter en dat soort zaken.” Daarnaast schrijft de scriba zelfstandig de nodige stukken en brieven.

In voorkomende gevallen eerst in conceptvorm als voorbereiding op behandeling, maar afhankelijk van de inhoud of het onderwerp ook zonder dat menigeen het merkt. Gerard: “Wat je nodig hebt voor dit werk is bijvoorbeeld feeling hebben met bestuurlijke zaken. Je moet gevoelig zijn voor de andere personen, zaken kunnen relativeren, goede verstandhouding hebben met de voorzitter en tijd. Gemiddeld kost het me zeker een dag per week.” 

Interview met Arie Stans, redacteur zondagse nieuwsbrief.
Arie Stans is een rustige man die weinig opvalt. Maar hij is wel een veelzijdige persoon. Die geniet van de vrijheid, nu hij met pensioen is, en daarbij ook nog een wens heeft voor de nabije toekomst. Elke donderdagmiddag maakt Arie de zondagse nieuwsbrief. Arie: “In de loop van de week kijk ik al wat er allemaal binnen komt voor de nieuwsbrief zodat ik al een en ander kan ordenen. Op donderdagmiddag rubriceer ik dan de berichten. Daarbij houd ik rekening met de plek die alle stukjes nodig hebben en welke foto’s of plaatjes er bij zitten.”

Alles krijgt een eigen plekje in de nieuwsbrief zodat er een leesbaar geheel ontstaat. De eerste pagina begint met de liturgie van de dienst op die zondag. Dan volgt de rest. “Het wordt niet altijd even goed aangeleverd en ik ben wel iemand van de punten en de komma’s,” vervolgt Arie. “De onnodige witregels worden er uit gehaald want het moet allemaal wel passen. Dan moeten soms de plaatjes bewerkt worden omdat die in allerlei formaten binnen komen. Het moet er wel allemaal correct in staan.”

‘Daar kun je alleen maar dankbaar voor zijn.’ Dit zijn woorden die regelmatig gebruikt worden in het gesprek met de heer en mevrouw van Laar. Daar drukt mevrouw van Laar haar dankbaarheid mee uit voor de wijze waarop zij en haar man hun leven mogen voortzetten op de hoge leeftijd die ze al bereikt hebben. De heer van Laar is in Doorn geboren en heeft er altijd gewoond. Mevrouw van Laar is in Wilsum geboren en daarna met haar ouders naar Montfoort verhuisd. Binnenkort woont ze zestig jaar in Driebergen. Dan zijn ze ook zestig jaar getrouwd. Samen komen ze al die tijd al in de kerk van de wijkgemeente Immanuël. Eerst de Immanuëlkerk en nu in het Hoge Licht.

In al die jaren hebben ze diverse dominees meegemaakt. Er worden diverse namen genoemd gekoppeld aan belangrijke gebeurtenissen zoals doop en belijdenis. Er is in die tijd veel verandert. “Daar zijn we eigenlijk gewoon in meegegroeid. Het ging heel geleidelijk. Op een gegeven moment kwam de kindernevendienst,” vertelt mevrouw van Laar, “maar de kinderen wilden daar niet naar toe.” De heer van Laar: “Maar je stuurde ze er ook niet naar toe.” Waarop mevrouw van Laar zegt: “Nee, maar ik heb het ook niet tegengehouden.”

Vorig jaar is het proces om te komen tot een advies aan Algemene Kerkenraad (AK) met betrekking tot een jongerenwerker van start gegaan. Onder (bege)leiding van de Jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk (JOP) in de persoon van Dirk-Jan Bierenbroodspot hebben onze wijkkerkenraad en met name onze jeugdouderlingen en anderen uit de wijkgemeente die zich richten op jeugdwerk, een intensief traject gevolgd.

Marina: “Dit traject was in opdracht van de AK. Hans Baart heeft dit voorstel in de AK naar voren gebracht.”

De eerste bijeenkomst met Dirk-Jan was op 21 september 2015 en het eindverslag is opgestuurd op 18 maart jl. Men is hier dus een half jaar mee bezig geweest. “Hij wist ons bij de essentie van het jeugdwerk te brengen, door heel goed te luisteren,” vervolgt Marina, “Dit was voor ons heel verhelderend. We hebben onze essentie gebruikt in de voorbereiding van de afgelopen jongerendienst en we gaan het tweede deel gebruiken in de volgende jongerendienst. Door te denken vanuit je essentie, krijgen de dingen die je doet de juiste richting en doe je de dingen die bij je passen.”

Voordat we daar achter komen stellen zij zich eerst voor. Johan zegt: “Ik voel me wel thuis in deze streek want ik ben opgegroeid in Odijk en ben zo rond mijn achttiende wel eens bij de jeugddiensten in de Immanuelkerk geweest. Sinds oktober wonen we hier in Driebergen.” Zij hebben elkaar ontmoet in de studententijd in Utrecht. Annerieke: “Ik kom oorspronkelijk uit de Achterhoek. Ben voor mijn studie eerst naar Zeist gegaan en uiteindelijk via Ede in Utrecht terecht gekomen.”

Annerieke is pedagoog van huis uit en werkt nu als beleidsmedewerker bij de jeugdbescherming van het Leger des Heils. “Eerst heb ik een poosje bij de Raad van de Kinderbescherming gewerkt en vond het heel bijzonder om bij gezinnen binnen te komen waar de opvoeding van de kinderen vast loopt,” zegt Annerieke, “Dat is alleen wel heel confronterend want je gaat van crisis naar crisis.” Ze vindt het heel interessant om op organisatie niveau te kijken en de organisatie zo in te richten dat medewerkers gefaciliteerd zijn om zo goed mogelijk hun werk te doen.

“Er zijn een groot aantal predikanten die benaderd kunnen worden om hier voor te gaan,” verteld Wim Kortleve, preekvoorziener, “Een aantal hebben hier al eerder gepreekt. Het hangt er dan vanaf of je op tijd bent en of ze een vrije zondag hebben. Het is ook een verantwoordelijke taak want wij hebben een gemeente waarin verschillend gedacht wordt over geloof en kerkdienst.”

“Allereerst krijg ik van Daco Coppoolse, onze eigen wijkpredikant, een overzicht van het komende jaar met daarin aangegeven wanneer hij zijn vrije zondagen heeft,” vervolgt Wim, “Dat overzicht is al afgestemd binnen het pastoresoverleg PKN-Driebergen in verband met de gezamenlijke diensten en de uitwisseling van predikanten.” Met dat overzicht gaat Wim op zoek naar predikanten die voor de lege plekken beschikbaar zijn. Per jaar zijn dit ongeveer 17 diensten die op deze manier worden ingevuld.

Het beamen tijdens de kerkdienst is meer dan een verzameling schermplaatjes presenteren. De liederen en Bijbelteksten dienen gedownload te worden en vervolgens als dia in een PowerPoint presentatie geplaatst te worden. Je kunt zo een presentatie ook op een andere manier vorm geven door afbeeldingen achter of naast een tekst te plaatsen. “Door bij de teksten plaatjes toe te voegen kun je het geheel van een tekst meer inhoud geven”, zegt Rienard Naberman, één van de beamisten. “Denk maar eens aan het verhaal van Jacob die de Jabbok oversteekt”, vervolgt hij. “Door daar een plaatje van de Jabbok bij te projecteren komt het verhaal meer tot leven. Daarnaast maak ik bij bijzondere diensten een bijzondere presentatie”.  

Het samenstellen van een presentatie vergt meer tijd dan men denkt. Gemiddeld is Rienard daar vier tot zes uur mee bezig. Hij vervolgt: “Het is niet alleen het knippen en plakken van teksten in een presentatie. Het moet ook zodanig gepresenteerd worden dat het een rustig geheel is”. Zo moeten de teksten van liederen allemaal even hoog staan en de letters allemaal even groot zijn.

Een koster (Latijn custos = bewaker) in Kerklatijn ook sacrista geheten, is een persoon die belast is met de zorg voor het kerkgebouw en het klaarzetten van de verschillende voorwerpen voor de liturgische eredienst. Esse van den Burg: “De werkzaamheden van de koster is gewoon datgene doen wat op zondag moet gebeuren. Dus zorgen dat de kerkzaal gebruikt kan worden voor de eredienst.”

In het Hoge Licht wordt het kosterschap voor de Wijkgemeente Immanuël door zes vrijwilligers uitgevoerd. Een van hen is Esse. Hij vervolgt: “De stoelen staan al klaar, daar zorgt de beheerder voor. Als koster zorg je dat het liturgisch centrum klaar is en de verlichting in orde. Dat de organist kan spelen, het glaasje water voor de predikant klaar staat en dat het antependium in de juiste kleur is”. Het antependium is het kleed dat over de liturgietafel hangt. Samen met de beamist zorgt de koster dat de geluidsinstallatie en de kerktelefoon werken. Voor al die zaken heeft het kostersgilde een draaiboek gemaakt.

Al in het oudtestamentische jodendom was er sprake van ‘oudsten’ waarbij het niet duidelijk is of dit een functie- dan wel een leeftijdsaanduiding is. Het ambt van ouderling wordt beschouwd als voortzetting van het ambt van oudste. Erna Allaart: “Als ouderling ben je mede verantwoordelijk voor de opbouw van de gemeente. Je draagt de zorg voor de gemeente als gemeenschap. Een ouderling zorgt er voor - met vorming en toerusting - dat de gemeente haar pastorale en missionaire roeping kan vervullen.”

Een van de belangrijke taken van de ouderling is het pastoraat. “De kern van het pastoraat is het omzien naar elkaar in de naam van Christus,” vervolgt Erna, “Samen een weg zoeken in geloofs- en levensvragen. Dat doe je met de predikant en pastoraal medewerkers.” Helaas voor het midden pastoraat is er op dit moment maar één pastoraal medewerkster. Het is in het afgelopen jaar niet gelukt het team uit te breiden. Daardoor is het niet meer mogelijk jaarlijks de gemeenteleden te bezoeken.

Kaarten maken, pannenkoeken bakken, naar het kerstverhaal luisteren, zingen en De Nachtwacht doen. Dat is wat kinderen van de groepen zes, zeven en acht deden tijdens het PGD-breed gedragen kerstevent 2015. Initiatiefneemster Magda Lijftogt: “De kinderen vonden De Nachtwacht erg spannend, maar hebben zich ook prima vermaakt met alle andere dingen. Het doel was dat zij elkaar en God beter leerden kennen”.
 
Samen met Els kruidenier had ze het programma in elkaar gedraaid en Ina Lokhorst verzorgde de uitnodigingen. Eerst hebben ze kerstkaarten gemaakt voor patiënten van Zon en Schild en voor zichzelf.

Na het kerstverhaal en het zingen van liederen speelden ze het spel de Nachtwacht. Dat was erg spannend want het vond plaats in de donkere gangen van het voormalig klooster Arca Pacis.

Je geloof uitdragen door middel van het werk van de kerk en zo mogen bijdragen aan Gods koninkrijk. Dat is eigenlijk de drijfveer waardoor Ellen van Amerongen al acht jaar diaken is in wijkgemeente Immanuël. Ellen: “Ik heb me toentertijd zelf aangemeld voor deze functie want ik wilde weer wat doen. Daarnaast had ik belangstelling voor zending. Diaconie leek me leuk want ik ben nog al een doener/diener.”

Diaconie is afgeleid van het Griekse woord diakonia. Het betekent dienst, dienen. Vanaf het begin heeft de kerk dit als een van haar belangrijkste taken gezien. Dienen van je naaste, van de mensen en van de wereld. Hiermee geeft de kerk gestalte aan de Bijbelse boodschap: dienstbaar te zijn aan  mensen, dichtbij en ver weg. “Het is eigenlijk een ondersteunende functie”, vervolgt Ellen, “kijken wat er leeft binnen de gemeente en letten op de noden van gemeenteleden op diaconaal vlak. Maar ook de kerk zichtbaar laten zijn naar buiten toe.” Er is een aantal mensen die ondersteuning krijgen op diverse vlakken, zoals financiële hulp en verder het werk van de schuldhulp- maatjes. “Dat is het begeleiden van mensen die in de schuldhulp zitten,“ zegt Ellen, “Dat doe ik niet zelf, maar is wel een belangrijke taak van de diaconie.”

Naast deze taken zijn er natuurlijk andere de taken binnen de kerkdienst. Enkele daarvan zijn: de collecte, het organiseren van het avondmaal, uitkiezen van collecte-doelen en het uitvoeren van diverse acties. Ellen: “Enkele voorbeelden daarvan zijn de paasgroetenactie en de kaartenactie voor vluchtelingen. Je probeert ideeën te ontwikkelen om de gemeente diaconaal actief te maken.”