Vorig jaar is het proces om te komen tot een advies aan Algemene Kerkenraad (AK) met betrekking tot een jongerenwerker van start gegaan. Onder (bege)leiding van de Jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk (JOP) in de persoon van Dirk-Jan Bierenbroodspot hebben onze wijkkerkenraad en met name onze jeugdouderlingen en anderen uit de wijkgemeente die zich richten op jeugdwerk, een intensief traject gevolgd.

Marina: “Dit traject was in opdracht van de AK. Hans Baart heeft dit voorstel in de AK naar voren gebracht.”

De eerste bijeenkomst met Dirk-Jan was op 21 september 2015 en het eindverslag is opgestuurd op 18 maart jl. Men is hier dus een half jaar mee bezig geweest. “Hij wist ons bij de essentie van het jeugdwerk te brengen, door heel goed te luisteren,” vervolgt Marina, “Dit was voor ons heel verhelderend. We hebben onze essentie gebruikt in de voorbereiding van de afgelopen jongerendienst en we gaan het tweede deel gebruiken in de volgende jongerendienst. Door te denken vanuit je essentie, krijgen de dingen die je doet de juiste richting en doe je de dingen die bij je passen.”

Binnen wijkgemeente 3wijken is gekozen voor een eerstelijnsjeugdwerker. Een eerstelijnswerker voert het jeugdwerk zelf uit. Hij of zij bouwt zelf een band op met kinderen, jongeren en hun ouders. Een dergelijke jeugdwerker wordt al snel het gezicht van het jeugdwerk voor de doelgroep waarmee hij of zij werkt. In Wijkgemeente Immanuel is gekozen voor een tweedelijnswerker. Een tweedelijnsjeugdwerker helpt vrijwilligers vooral bij het uitvoeren van hun taken. Hij of zij is een belangrijke gesprekspartner voor de vrijwilligers, maar staat op iets meer afstand van kinderen en jongeren. Hij of zij is een helpende hand, bron van inspiratie en toeruster.

Marina: “Wijkgemeente 3wijken heeft gekozen voor eerstelijnswerker omdat het jeugdwerk opnieuw opgebouwd moet worden. Er zijn amper vrijwilligersstructuren en alles moet vanaf de bodem beginnen. Een voordeel van een eerstelijnswerker is dat er snel resultaat geboekt kan worden, maar er moet dan wel een flink beroep gedaan worden op vrijwilligers om ervoor te zorgen dat het ook wordt ingebed in de gemeente.”

Zij vervolgt: “In Wijkgemeente Immanuël is gekozen voor een tweedelijnsjeugdwerker omdat er in onze wijk wel vrijwilligers zijn en daarbij ook ideeën over het jeugdwerk. Het is allemaal nog broos, maar meer druk op vrijwilligers is volgens ons op dit moment niet wenselijk. We hebben zeker hulp nodig om onze ideeën uit te voeren en om bepaalde activiteiten die zijn gestopt weer opnieuw inhoud te geven en uit te breiden. Nadeel van een tweedelijnswerker is dat het relatief veel tijd kost om resultaat te zien. Het voordeel van een tweedelijnsjeugdwerker is dat het minder persoonsafhankelijk is. Hij of zij zorgt voor toerusting van vrijwilligers om hun taak op een goede manier te vervullen.”

Op de vraag: ‘Op welke punten verwachten je ondersteuning aan te vragen?’ antwoord Marina: “Dat is afhankelijk van de te ontwikkelen plannen. Er is inmiddels een bijeenkomst gepland waarin we met alle betrokkenen bij het jeugdwerk in de WGI aan tafel gaan om te werken aan de vervolgstappen. We denken hierbij in de richting van muzikale ondersteuning , nieuwe ideeën voor de jongerendiensten, het opzetten van een musical, nieuwe vormen van catechese en het opnieuw vormgeven van een 16+club (Catch-up) zoals we voorheen hadden.”

Uit onze wijk hebben de volgende personen meegewerkt aan het Essentie rapport: Steven Parmentier (catechese16+ en jongerendiensten), Magda Lijftogt en Marina Roelofsen (jeugdouderlingen), Marieke Westeneng (Dwaas en crèche) en Daco Coppoolse (predikant). Hieronder een afbeelding van onze Essentiecirkel. In het midden de essentie van het jeugdwerk (wat wil je meegeven): ‘Laat je raken en durf te vertrouwen op God’. Daaromheen zie je het ‘wat’ en ‘hoe’.

Marina Roelofsen