JosBakker.jpg“Het kerstverhaal is eigenlijk een heel wonderlijk verhaal.” zegt Jos, “Weet je dat? Als je vandaag de dag hoort dat iemand in verwachting is en het is niet van haar verloofde, van wie is het dan? Iedereen gist er naar wie de vader is. Of als iemand in verwachting is en ze heeft geen relatie dan zeggen we vaak: ‘het is een onbevlekte ontvangenis net als bij Maria’. Heel bijzonder toch?” Hiermee geeft Jos aan hoe bijzonder de geboorte van Jezus is.

Als we even later verder praten, zegt Jos: “Eigenlijk ben ik veel te laat geboren. Als ik er toen was geweest had ik mooi kunnen helpen want ik ben kraamverzorgster geweest. Dan had ik wat kleertjes meegenomen. Nu moest het kindje Jezus in de punt van de onderjurk van Maria gewikkeld worden. Verder hadden ze niks. Denk je eens in hoe dat er daar toe ging. Er was geen dokter bij. Kun je je dat tegenwoordig voorstellen?” Ze legt uit hoe een bevalling in het midden Oosten verloopt en hoe men met de navelstreng om gaat. Allemaal dingen en vragen waar we nooit bij stil staan en waarmee nog duidelijker wordt dat er echt iets speciaals gebeurde in Bethlehem.

Op de vraag hoe Jos kerst viert antwoord ze: “Heel gewoon en ouderwets. Ik vind het heel fijn met kerst en ga dan zeker naar de kerk. Heel netjes gekleed want als je netjes bent van buiten, ben je van binnen ook blij. Zo ervaar ik het. Je ziet dan mensen in de kerk die er anders nooit komen en die zien er dan mooi uit. Het hele gebeuren geeft me heel veel warmte en blijdschap.” Jos hoeft verder geen bijzondere dingen te doen. “Ik hoef geen dure gerechten of een amuse voor het voorgerecht. Als ik een zuurkool prakje eet, hier in mij eigen flatje, dan vind ik het ook goed.”

Jos geeft aan hoe ze vroeger het kerstfeest vierden. Ze zegt: “Als we samen vroeger kerstfeest vierden en we zaten bij de kerstboom dan was het een en al gezelligheid. We hadden geen uitgebreide kerstmaaltijd maar wel lekker eten. Dat was altijd heel fijn met Klaas mijn man en de kinderen. Iets om met veel dankbaarheid naar terug te kijken.”

Arnold Middeldorp.