Dankbaar voor het leven als predikant (Interview met Tineke en Daco Coppoolse).

Daco en Tineke

“Tineke en ik vonden het een geweldig afscheid. Ik ben zeer verrast met het cadeau waarmee de gemeente ons heeft bedacht. Te gek voor woorden,” zegt Daco, “In de stukjes cabaret zagen we onszelf op een humoristische wijze terug. We hebben erg gelachen. Wat heeft de gemeente er zaterdag voor ons een leuk feest van gemaakt!”

Tineke: “Er waren verrassende dingen bij. De kleding die de koffiedames droegen kwam uit de voddenzak van Daco. Via onze dochter - zat blijkbaar in het complot - hadden ze die te pakken gekregen.” Ook de mededeling van de beroepingscommissie dat de nieuwe kandidaat-predikant had afgezegd sloeg in als een bom. “Ik geloofde het echt,“ zegt Tineke, “Ik schrok. Dit kan toch niet waar zijn!” Beiden vonden het heel bijzonder om zo in het middelpunt van de belangstelling te staan.

Daco vervolgt: “De zondag was voor mij ook feestelijk. Je hebt dan zelf meer de regie en gelukkig ontbraken de vrolijke noten niet. Na afloop deden de collega’s nog een duit in het zakje door een boekje open te doen over mijn eigenaardigheden. Heel vermakelijk.” Tineke gaat verder: “Verlegen werd ik van de dingen die de mensen tegen me zeiden als ze persoonlijk afscheid namen.” Daco vult aan: “Ontroerend om te horen wat je voor sommigen betekend hebt. Daar word ik stil van.”

Terugkijkend op de twaalf jaar predikantschap in Driebergen zegt Daco: “De periode in Driebergen heeft mij sterk gevormd. In de preek tijdens de afscheidsdienst merkte ik op dat ik hier kwam met de verwachting de samenhang binnen de gemeente te kunnen bevorderen. Ik had me voorgenomen om dit met een zekere soepelheid en zwier te doen. Geen scherpslijperij. Gaandeweg bleken de verschillende groepen binnen de gemeente zich toch scherper af te tekenen dan ik had verwacht. Toen de scheuring - betreurenswaardig maar op een gegeven moment onvermijdelijk - eenmaal een feit was, moest ik verder met een gemeente die zichzelf weer bij elkaar moest rapen. Ten gevolge van deze ontwikkelingen heb ik mijzelf theologisch opnieuw moeten uitvinden en samen met anderen een pad leren uitstippelen waarlangs we verder konden gaan. Dat alles heeft voor een verdieping in mijn geloofsleven gezorgd.”

Na de verhuizing naar ‘t Hoge Licht konden Daco en de gemeente weer gaan bouwen. Nieuwe dingen uitproberen, zoals gemeentezondagen, jong- en ouddiensten, kringen opbouwen enzovoort. Dat gaf een goed gevoel. Ook bij de gemeenteleden die samen verder wilden gaan. In deze periode heeft Daco veel hartelijkheid ontvangen die tijdens het afscheidsfeest en de afscheidsdienst in verschillende toonaarden is vertolkt.

Voorafgaand aan Driebergen was Daco elf jaar predikant in Voorthuizen. Zijn derde predikantsplaats. Een grote kerkgemeenschap met tegen de 2000 zielen en twee predikanten. Een intensive periode. Mensen kwamen toen ook nog veel meer naar de pastorie. Daco: “De kerk stond centraal in het dorp. In en om de kerk werd van alles georganiseerd. Een Boeldag, maar ook kinderkampen en werkvakanties voor jongeren naar een derde wereldland. Op zondagmorgen zaten er zo’n 500 tot 600 mensen in de dienst. En je had ook nog een avonddienst.” Tineke vult aan: “Er waren veel trouwerijen, maar ook veel begrafenissen.” De Gereformeerde kerk van Voorthuizen stond een paar jaar geleden op de derde plek van kerken in Nederland waar het vaakst trouwerijen plaatsvonden.  Daco: “Het was een karakteristieke gemeenschap. Historisch een plek waar pioniers het boerenland hebben veroverd op de zandverstuivingen van de Veluwe. Deze mentaliteit kom je nog steeds tegen binnen de kerkgemeenschap. Heel zelfbewust en apetrots op hun gebouw en gemeenschap.”

Aan de periode Voorthuizen gingen zeven jaar predikantschap in Papendrecht vooraf. De Hervormde Morgensterkerk had ’s morgens toen nog dubbele diensten. En dan was er ook nog een middagdienst. Het was een grote gemeente met twee predikanten.  Daco: “Veel Rotterdammers waren in Papendrecht neergestreken. Er waren weinig familieverbanden, maar die ontstonden vanzelf toen kinderen van gemeenteleden met elkaar gingen trouwen. Het was een dynamische kerk met veel initiatieven. Er kon veel. Voor het eerst maakten we daar kennis met de meer charismatische beleving van het geloof. Een gezellige en open gemeenschap.” Tineke: “Onze kinderen waren toen nog klein. We hadden daar veel contacten. We hebben aan deze periode leuke vrienden overgehouden. We waren daar heel welkom.”

Daco is in 1981 als predikant begonnen in Meliskerke. Daco: “Ik ben zelf een Zeeuw. Geboren in Middelburg. Het was voor mij thuiskomen. Als beginnend predikant word je wel gelijk voor de leeuwen gegooid. Preken, catechisaties, pastoraat…. alsof je nooit anders had gedaan. Maar ik moest toen nog echt het vak leren.” Tineke vervolgt: “Af en toe hadden we wel heimwee naar Amsterdam. Omdat we gemakkelijk oppas konden krijgen, gingen we wel eens een avondje heen en weer om onszelf onder te dompelen in het mondaine leven van de grote stad. Heerlijk was dat. Stapte je dan in de nacht bij thuiskomst uit de auto, dan was het intens stil. In de verte hoorde je alleen een schaap zacht hoesten.“ Verder waren boerenmensen gewoon om af en toe de dominee iets extra’s toe te schuiven van eigen land of uit eigen tuin. Tineke: “Toen ik pas bevallen was, kwam Daco een keer thuis met een kofferbak volgeladen met prei, boerenkolen en aardappels.“

Aan het einde van de interview, terwijl ik naar de deur loop om weg te gaan, blikken we nog even terug naar alle gebeurtenissen rond het afscheid. Een geweldig weekend waar beiden met veel plezier en grote dankbaarheid aan terug denken.

Arnold Middeldorp.