Al gauw kwamen er pelgrims en werden er genezingen gemeld. Later bouwde men een bedevaartkerk (de huidige Kaarsenkapel) en een koepelkapel (de genadekapel). In de 19e eeuw bouwde men de Mariabasiliek.

 

“Tijdens onze rondwandeling,” vervolgt Arnold, “bezochten we de koepelkapel waarin het genadebeeldje van de Maagd Maria te bezichtigen is en de Kaarsenkapel. Daarna liepen we de Basiliek binnen. Tot onze verbazing was er een Nederlandstalige dienst aan de gang. We liepen naar een van de banken en volgden de rest van de dienst.” De dienst werd verzorgt door enkele bedevaartgroepen uit Amersfoort.

Aan het eind van dienst deelden meisjes zelfgemaakte hartjes uit voorzien van een tekst. Arnold: “Op  een van de hartjes die wij kregen stond: Mijn armen zijn juist lang genoeg om een ander te omarmen.” Even iets om over na te denken, zomaar tijdens uitstapje in de vakantie. Een moment waarop “Hij” je even aanraakt.